Kleine zwanen trekken steeds minder ver naar het zuidwesten in de winter. Gemiddeld overwinteren ze 118 km dichter bij hun broedgebied per 1°C winteropwarming. In zijn promotieonderzoek laat Hans Linssen van de UvA en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) zien dat deze aanpassing een combinatie is van twee processen. De vogels reageren op de temperatuur en schuiven minder ver op als het in de herfst warm blijft. En jonge vogels hebben minder de neiging dan hun ouders om terug te keren naar waar ze een eerdere winter zijn geweest en kunnen verder in het noordoosten blijven hangen.
