Gray’s kustslakje – Assiminea grayana

Het leven op een schor is niet zo gemakkelijk. Door de steeds weerkerende overstromingen moeten de minder mobiele dieren bestand zijn tegen extreme omstandigheden, zoals sterke schommelingen in zoutgehalte en uitdroging. Dikwijls is een aangepaste levensstrategie nodig om tijdelijk of permanent op het schor te kunnen leven.

Voorbeelden van deze specialisten zijn:

Aantallen

Om je een idee te geven van hun aantallen: op 11 augustus 2002 deden we op het Groot Buitenschoor een steekproef en telden we het aantal slakjes in een kader van 5cm x 5cm. Resultaat: 72 slakjes. Omgerekend in m²: 2.880 slakjes per vierkante meter.

En dat is eigenlijk niets in vergelijking met andere bevindingen. Bij onderzoek in Nederland haalde het enkele millimeters grote Wadslakje Hydrobia ulvae op sommige plaatsen dichtheden van meer dan een miljoen exemplaren op slechts enkele vierkante decimeters.

Het menu

wadslakje_kruipsporenDeze slakjes kruipen over de modder en met hun radula of rasptong eten ze voornamelijk kiezelwieren of diatomeeën, en detritus.

Zelf vormen ze het hoofdvoedsel voor veel vogels die in dit getijdengebied komen fourageren.

Leefgebied

Het wadslakje

Het wadslakje leeft in het gebied onder de gemiddelde hoogwaterlijn; op en gedeeltelijk in de bovenste bodemlaag van het slik en het laagste deel van de schorren.

Omdat het wadslakje om de 12u geconfronteerd wordt met hoogwater, heeft dit diertje een bijzondere getijdestrategie bedacht. Wanneer het tij opkomt maakt het wadslakje een slijmbelletje aan de onderkant van het schelpje, waarmee het slakje ondersteboven aan het oppervlak met de wind en golven mee drijft.

Gray’s kustslakje

Het Gray’s kustslakje leeft hoger op het schor in het het bovenste deel van de getijdenzone welk alleen bij extreem hoogwater onderloopt.

Zij hebben geen getijdenstrategie. Als ze in water terecht komen, dan kruipen ze daar zo snel mogelijk weer uit.

Wadslakje of Gray’s kustslakje?

Er waren al eens hier en daar geruchten opgedoken dat op onze schorren voornamelijk het Gray’s kustslakje voorkwam. Tijd om dat even te checken.

De verschillen zijn op 1e zicht best duidelijk: het wadslakje is wat kleiner en slanker terwijl het Gray’s kustslakje wat groter en ronder is. Prima, maar dan moet je ze wel met elkaar kunnen vergelijken.

wadslakje (li) en Gray's kustslakje (re)
wadslakje (li) en Gray’s kustslakje (re)

De website Mollusc Ireland – http://habitas.org.uk/molluscireland/ – gaf de oplossing. Beide slakjes hebben hun oogjes op steeltjes maar het wadslakje heeft “pale tentacles which bear a black bar just before the tip” of bleke tentakels met een donkere band juist onder de top. Daarentegen Gray’s wadslakje “Cephalic tentacles short, rounded lobes with eyes at tips”.

Onder de (stereo-)microscoop ziet een wadslakje er uit als op de tekening hieronder.

wadslakje-tentakels

 

Voor wie het wenst na te kijken:

Dus ben ik op een septembernamiddag naar het GBS enkele slakjes-vrijwilligers gaan ophalen. Ik heb speciaal slakjes genomen op het zilt grasland t.h.v. de poort aan het slik aan omdat daar de kans op wadslakjes het grootst is.

Ik heb de slakjes-vrijwilligers onder onze stereomicroscoop gelegd. Het resultaat: niks dan van die gezellige, bolronde Gray’s kustslakjes.

grays-kustslakje--frank-wagemans-007

 

Onderstaande foto’s tonen de kop van een Gray’s kustslakje.

grayskustslakje-kop grayskustslakje-kop-detail

wadslakje--rit-bellekens