Zeedruif – Pleurobrachia pileus

De kleine gelatineuze bolletjes die verspreid op het slik en zand liggen zijn kwallen, meer bepaald de zeedruif. De zeedruif is een holtedier en behoort tot een aparte soort kwallen, nl. de ribkwallen of Ctenophora. Ze kunnen zo'n 3 cm groot worden.

zeedruif--frank-wagemans
Op het eerste gezicht zou je kunnen denken dat ze familie zijn van de kwallen die je geregeld op het strand aantreft, maar dat is niet waar. Deze dieren zitten een stuk ingewikkelder in elkaar.

Een Zeedruif bestaat als het ware uit een zak met een opening aan de ene kant (mond) en aan de andere kant (anale poriën). De wanden van die zak bestaan uit twee weefsellagen: een buitenste (ectoderm) en een binnenste (endoderm). Daartussen zit een gelachtige laag, dat bij de Zeedruif duidelijk te zien is.

zeedruif--frank-wagemans-2

Eten ... en gegeten worden

 

Zeedruiven vangen hun voedsel, kleine planktondiertjes, met twee lange tentakels met kleverige haren (die worden ook wel lassocellen genoemd). Deze tentakels kunnen wel 20x zo lang worden als de rest van hun lichaam. Ze hebben dus geen netelcellen en prikken niet. Ze vangen hun voedsel doordat planktondiertjes (per ongeluk) tegen de kleverige tentakels zwemmen en er aan vast blijven plakken.

Wanneer ze hun prooi hebben gevangen brengen ze het naar hun mond. Aansluitend aan de mond zit het vrij ingewikkelde maag-darmkanaal. Ribkwallen kunnen geen algen verteren: het zijn echte vleeseters. Vanaf de maag verspreidt een systeem van 'kanalen' met trilharen het verteerde voedsel naar de rest van het lichaam. Onverteerd voedsel verlaat het lichaam via de anaalporiën aan de onderkant van het lichaam, of via de mond.

Zelf worden ribkwallen gegeten door echte kwallen en door sommige vissoorten.

Ribkwallen

 

Samen met het ook in Zeeland voorkomende meloenkwalletje behoort het zeedruifje tot de de ribkwallen of Ctenophora. Zij onderscheiden zich van de schijfkwallen door de aanwezigheid van acht verticale ribben. Op deze ribben zitten kleine platte kamplaatjes die ritmisch op en neer bewegen. Hierdoor ontstaan er iriserende golfjes langs het lichaam. Zij dienen voor de voortbeweging. Als je als duiker je lamp op zo'n kwalletje richt, lijkt het alsof het lichaam bewegende gekleurde lichtjes bevat die doen denken aan neon reclame.

Zeedruifjes zijn tweeslachtig en brengen zowel zaadcellen als eieren voort. Deze eieren worden in het najaar in het openwater bevrucht. De larven brengen hun eerste tijd door tussen het plankton.

De meimaand is op het Groot Buitenschoor, de topmaand voor zeedruif. Helaas overleven deze ribkwallen niet in het brakke Scheldewater. Ze verliezen hun 2 tentakels ( tot 20 x de lichaamslengte) met kleefcellen waardoor ze niet meer kunnen eten en bijgevolg snel verzwakken.