Komen en gaan van macrobenthossoorten

Macrobenthos betreft bodemdieren die bij het zeven van slikstalen achterblijven op een zeef met een maasgrootte van 1 mm. Deze bodemorganismen staan onderaan in de voedselpiramide van het slikkenbiotoop. Daardoor zijn deze populaties goede indicators voor de kwaliteit van het leven in de slikken en schorren van de beneden Zeeschelde.

In april 2005 werd gestart met het gestandaardiseerd meten en tellen van deze dieren. Al snel bleek dat er slechts vier soorten macrobenthos prominent aanwezig zijn in de slikvlaktes van Groot Buitenschoor (GBS Schelde Zandvliet) en Potpolder (PP Schelde Lillo):

  1. Crustacea Corophium volutator – slikgarnaaltje
  2. Polychaeta Hediste (of Nereis) diversicolor – zeeduizendpoot
  3. Polychaeta Heteromastus filiformis – rode draadworm
  4. Isopoda Cyathura carinata – lijnpissebed

In 2006 zijn er reeds waterzuiveringsstations aan het werk en de vuilvracht van de Schelde daalde. Het aantal individuen filiformis correleert daar hoogst waarschijnlijk mee. Want de grote populatie instorting komt in 2007 bij het in werking stellen van het zuiveringsstation te Vilvoorde (Zenne).

In 2009 is er een opflakkering van de populatie maar dit geldt ook voor het Corophium en is nagenoeg niet begrepen. Na 2009 deemstert de populatie weg. Tot nu toe duikt er sporadisch een (te) klein exemplaar Filiformis op in de bodemstalen.

In 2015 kondigt zich, voor het GBS, een nieuwe soort aan: Cyathura carinata. Dit is een isopoda of pissebed. De populatie ontwikkelt zich sindsdien gestaag. Het is een gekende slikkenbewoner van de Baltische zee tot in Middellandse zee. Hopelijk zullen de brakke slikvlaktes van de Schelde nu een blijvend biotoop vormen voor dit lijnpissebed.