Het getij in de Westerschelde en Zeeschelde

Per etmaal treden in de Westerschelde en de Zeeschelde 2 getijdecycli op. Twee maal per dag krijg je een opeenvolging van laagwater (LW) en hoogwater (HW). In feite is dit niet helemaal juist want elke getijdecyclus duurt 12 uur en 25 minuten.

Bij vloed wordt er bij Vlissingen ruim een miljard m3 water de Westerschelde en de erop aansluitende rivieren in gestuwd. Totaal ca. 2,2 miljard m3. Bij storm kan dat zelfs twee keer 1,5 miljard m3 zijn.

Een uur en 44 minuten later bereikt ongeveer tachtig miljoen m3 daarvan het 75 km verderop gelegen Antwerpen. De golf veroorzaakt een niveauverschil tussen eb en vloed van ongeveer vijf meter.

De snelheid van de getijgolf in de Westerschelde is gemiddeld 36 km per uur.

Het tijverschil

In het Verdronken Land van Saeftinghe is het verval (het tijverschil) 4.50 meter. Bij doodtij gemiddeld 3.60 meter en bij springtij gemiddeld 5.20 meter. Ook hier weer gemiddelden: op 18 maart 2001 was het verschil bij doodtij 3.12 meter; bij springtij op 11 maart daarvoor 6,36 meter.

Het tijverschil tussen het westen en het oosten van het gebied is 15 cm (hoger aan de oostelijke kant).

De Westerschelde is in totaal ca. 31.354 ha groot. Daarvan is 17.598 ha water, 10.581 ha slik en 3175 ha schor. Het spreekt voor zich dat de getallen voor water en slik sterk veranderen afhankelijk van het tij.

De getijgolf

Deze periodieke rijzing en daling van het water in het estuarium, is het gevolg van de getijgolf die in en uit het estuarium loopt. De golftop van deze getijgolf resulteert in een hoogwater, het golfdal komt overeen met het laagwater.

Daarom is het in Antwerpen hoogwater gemiddeld 45 minuten na het hoogwater in Vlissingen; m.a.w. de getijdegolf heeft gemiddeld 45 minuten nodig om van Vlissingen naar Antwerpen te komen.

Wanneer deze getijgolf het estuarium binnenstroomt dan wordt zij vervormd door de bodem.
Hoe verder ze landinwaarts komt, hoe sterker ze vervormd wordt door het smaller en ondieper worden van het estuarium.

We kunnen deze vervorming duidelijk maken aan de hand van het getijverschil.
In Vlissingen bedraagt het gemiddelde getijverschil 4 meter. Naar Antwerpen toe wordt de getijgolf opgestuwd en neemt het getijverschil toe tot 5 meter. Stroomopwaarts van Antwerpen neemt het getijverschil af tot een goede 2 meter nabij Gent.

Het afnemen van het getijverschil tussen Antwerpen en Gent komt doordat de bodemweerstand een dominante invloed heeft, waardoor het getijverschil sterk afneemt.

Op basis van de gemiddelde springtijrange is het Schelde-estuarium een macrotidaal estuarium, dit is een estuarium met een tijverschil groter dan 4 meter.

  • < 2 m microtidaal
  • 2 tot 4 m mesotidaal
  • > 4 m macrotidaal

In de Beneden-Zeeschelde is het tijverschil relatief groot in vergelijking tot de waterdiepte, de verhouding tussen beide grootheden bedraagt ongeveer 0.3. Het gemiddeld tijverschil te Prosperpolder (tijpost t.h.v. de Belgisch/Nederlandse grens) voor de periode 1981-1990 bedroeg 4.94m (doodtij: 4.02m; springtij: 5.64m) (CLAESSENS & MEYVIS 1994).