Schorecotopen van de Schelde

schorecotopen-van-de-schelde

In 2008 verscheen bij het INBO de studie “Schorecotopen van de Schelde – Aanzet tot de ontwikkeling van één schorecotopenstelsel voor Vlaanderen en Nederland”.

In deze studie is het voorkomen en typeringen van schorecotopen voor het volledig estuarium (Nederlands ecotopenstelsel ZES en zoet schorrenstelsel) geanalyseerd. Hierbij gebeurt een koppeling van gebiedsdekkend digitaal hoogtemodel en geschatte getijparameters aan de recent gekarteerde vegetatietypes (2003/2004) van de Zeeschelde en Westerschelde.

Aangezien het bereik van vegetatietypen in het getijvenster verschuift langsheen de saliniteitsgradiënt is een grensoverschrijdende analyse noodzakelijk. Het doel van dit onderzoek is een eerste aanzet tot de opmaak van een grensoverschrijdende ecotoopkarakterisering binnen de schorhabitats van het volledige Schelde-estuarium.

>> Download rapport

De ecotopenkaart van de Westerschelde

De ecotopenkaarten in de Westerschelde worden gebruikt om uitspraken te doen over de ecologische waarden van dit deel van het Schelde-estuarium. Het belang dat aan deze kaarten worden gehecht is groot. Wat zijn dan de ecotopen? Daarvoor wordt de definitie uit het Zoute EcotopenStelsel (ZES, (Bouma e.a., 2005) gehanteerd: “Ecotopen zijn ruimtelijk te begrenzen ecologische eenheden, waarvan de samenstelling en ontwikkeling worden bepaald door abiotische, biotische en antropogene condities ter plaatse. Een ecotoop is een herkenbare, min of meer homogene landschappelijke eenheid.”

De basis voor de ecotopenindeling ligt in het Zoutwater Ecotopen Stelsel (ZES, Bouma e.a., 2005). Het ecotopenstelsel is een hiërarchisch opgebouwde indeling (classificatiesysteem) waarin de meest belangrijke abiotische omgevingsfactoren (mate van droogvallen, type substraat, saliniteit) en biotische aspecten (aanwezigheid begroeiing,) van de habitats 1 worden weergegeven.

De ecotopenkaarten geven inzicht in het potentiële voorkomen van levensgemeenschepen in en vlak boven de bodem (Bouma e.a., 2005). Het is dus niet zo dat de aanwezigheid van een ecotoop een garantie biedt op de aanwezigheid van een bepaalde levensgemeenschap. De daadwerkelijke ecologische kwaliteit van een gebied kan door factoren worden bepaald die geen onderdeel zijn van het ecotopenstelsel. Dat kunnen factoren binnen het gebied zijn, zoals de hoeveelheid zwevend stof in het water, maar ook factoren buiten het gebied, bijvoorbeeld het broedsucces van trekvogels die in het gebied overwinteren.

Naast het inzicht in het potentiële voorkomen van levensgemeenschappen, zijn nog twee doelstellingen van het ZES geformuleerd namelijk:

  1. Om voorspellingen te kunnen doen over mogelijke veranderingen in het ecosysteem als de omgevingsfactoren veranderen als gevolg van inrichting -en beheermaatregelen.
  2. Om vergelijkingen mogelijk te maken met situaties in het verleden, bijvoorbeeld bij evaluaties.

Het gebruik van ecotopenkaarten in verschillende projecten (MOVE, MER, Natuurontwikkeling, Evaluatiemethodiek en T2009) past geheel bij de oorspronkelijke doelstellingen van het ZES. De ecotopen zijn beschouwd als indicator voor de ecologische kwaliteit van de Westerschelde.

De interesse in de ontwikkeling van de ecologische kwaliteit van de Westerschelde is groot, omdat de noodzaak, het nut en de haalbaarheid van ingrepen in en rond de Westerschelde gekoppeld zijn aan die kwaliteit. En dat verklaart de grote belangstelling voor de ecotopenkaarten.

Hierbij hoort een kanttekening: De daadwerkelijk ecologische kwaliteit van de Westerschelde is (onder andere) gekoppeld aan de daadwerkelijke aanwezigheid van bodemdieren (vogel- en vissenvoedsel) en de benutting van het voedsel door met name vogels in het intergetijdengebied. De ecotopenkaarten laten niet zien hoeveel bodemdieren daad werkelijk aanwezig zijn, de kaarten bieden inzicht in het potentiële voorkomen.

>> Download het volledige rapport

ecotopenkaart-westerschelde-2012