Zand in beweging

Ontstaan van stroomribbels

Stroomribbels ontstaan als het water in één richting over het zand stroomt. Daardoor ontstaat er een complex systeem van zandbewegingen.

Kijken we even in detail naar de zandbewegingen in de stroomribbels zelf.

Met de stroom mee wordt aan de glooiende voorzijde fijn zand weggespoeld. Dat zet zich laag na laag aan de steile lijzijde af. Aan de voorzijde is dus grof zand, en aan de lijzijde fijn zand te vinden.

Zo ontstaan de slechts enkele cm hoge ribbeltjes die je op het strand kunt, of 1,5 tot 2m hoge megaribbels, tot zelfs 800 meter lange en 15 meter hoge zandgolven.

Zandribbels ** foto credits: Koen Vanagtmael
Zandgolven ** foto credits: Koen Vanagtmael

Indeling van stroomribbels volgens grootte

Stroomribbels worden volgens hun grootte ingedeeld in drie hoofdklassen: ribbels, megaribbels en zandgolven.

Deze indeling wordt wereldwijd gebruikt in sedimentologie en is gebaseerd op de golflengte en amplitude van de vormen. Hieronder krijg je een helder, bruikbaar overzicht.

Hoe de stroomsnelheid de ribbelgrootte bepaalt in de Schelde

Lage stroomsnelheden → kleine stroomribbels

  • Komt voor in beschutte delen zoals nevengeulen, oeverzones en ondiepe platen.
  • Sediment is meestal fijn zand of slib.
  • Vormt kleine asymmetrische ribbels met korte golflengte (centimeters tot < 0,5 m).
  • Ontstaat vooral rond doodtij, wanneer de stroming zwakker is.

Matige stroomsnelheden → megaribbels

  • Typisch voor middelste delen van de Zeeschelde, waar getijstroming sterker is.
  • Golflengte groeit naar 0,5–5 m, hoogte tot 20–30 cm.
  • Deze vormen migreren langzaam stroomop- of stroomafwaarts afhankelijk van eb/vloed.
  • Ze ontstaan vooral tijdens gemiddeld tij.

Hoge stroomsnelheden → zandgolven

  • In zones met krachtige getijstroming, zoals nabij Antwerpen en in diepere geulen.
  • Golflengte kan meters tot tientallen meters bedragen.
  • Vereist langdurige, sterke stroming tijdens springtij.
  • Deze grote vormen beïnvloeden zelfs de scheepvaart en worden daarom nauw opgevolgd.

Waarom de Schelde zo’n sterke variatie toont

De Schelde is een mesotidaal estuarium: de stroming wisselt voortdurend tussen eb en vloed, en de sterkte hangt af van:

  • Springtij vs. doodtij (grote verschillen in stroomsnelheid)
  • Kanaalvorm en diepte (vernauwingen versnellen de stroming)
  • Menselijke ingrepen zoals verdieping en Sigmaplanwerken, die de hydrodynamiek beïnvloeden

Deze variatie zorgt ervoor dat ribbelgrootte niet uniform is, maar per traject sterk verschilt.

Een dynamische situatie


Bij elke opkomende tij verandert het beeld wanneer deze zandgolven worden opgezwiept door de kracht van het instromende water. Bij laag water kan je hen heel duidelijk zien vanop de dijk. In deze zone vinden we totaal ander leven terug. Dieren die hier leven hebben een zeer actieve levenswijze en zijn tevens uitstekende gravers.

Onderstaande foto’s werden in oktober 2010 aan de Zimmermangeul genomen en geven een mooi en duidelijk beeld van deze megaribbels en hun opvallend regelmatig patroon.

Zandgolven Zimmermangeul ** foto credits: Frank Wagemans
Zandgolven Zimmermangeul ** foto credits: Frank Wagemans

Meer weten?