De wereldwijde getijdegolf begint rondom de Zuidpool (de Zuidelijke Oceaan) omdat er rond de 60e breedtegraad zuid geen continenten zijn die de weg blokkeren, kunnen de getijdenkrachten van de maan en de zon het oceaanwater hier maximaal in beweging brengen. Hierdoor ontstaat een continue, ronddraaiende getijdegolf die ongehinderd de aarde rondreist.
Hoe verspreidt de golf zich daarna?
De Zuidelijke Oceaan fungeert als de centrale “motor” voor de getijden wereldwijd. Zodra de getijdegolf daar is opgebouwd, stuit deze bij zijn beweging op de continenten die naar het noorden wijzen en vertakt de golf zich:
- De Atlantische Oceaan in: De golf reist vanaf de Zuidpool helemaal naar het noorden, door de Atlantische Oceaan, richting Europa en de Noordzee.
- De Indische en Grote Oceaan in: Tegelijkertijd splitsen andere delen van de getijdegolf zich af om naar het noorden te bewegen door de Indische en de Pacifische Oceaan.
Hoewel de maan en de zon overal ter wereld direct aan het water trekken, zijn de oceanen in het noordelijk halfrond grotendeels ingesloten door land (zoals Noord-Amerika, Eurazië en Afrika). Hierdoor kan er op die breedtes geen reusachtige, planeetomspannende getijdegolf uit zichzelf ontstaan. Het getij dat wij bijvoorbeeld in Nederland of België aan de kust zien, is dus grotendeels een ‘energetische echo’ van de golf die uren of dagen daarvoor bij Antarctica is begonnen.
Het duurt ongeveer 2 tot 3 dagen (bijna 48 uur) voordat de astronomische getijgolf, die ontstaat in de Zuidelijke IJszee en de Atlantische Oceaan, doorloopt tot aan de Belgische kust. Dit fenomeen wordt de ‘leeftijd van het getij’ genoemd. Hierdoor is het effect van bijvoorbeeld springtij (bij volle of nieuwe maan) pas twee tot drie dagen later merkbaar aan onze kust
