Bijerwolf op bloeiende zeeaster

Tijdens een survey op het zilt grasland van het Groot Buitenschoor, ontdekte Koen Vanagtmael een Bijenwolf. De bijenwolf jaagt namelijk op honingbijen, die hij verlamt met een steek en vervolgens als voedsel meeneemt voor zijn larven. Dus niet verwonderlijk om daar een Bijenwolf te zien vermits de bleoeiende zeeasters heel wat honingbijen aantrekt.

De bijenwolf (Philanthus triangulum) is een fascinerende, warmteminnende graafwesp die je in Vlaanderen vooral aantreft op zandige plekken zoals heide, duinen en open stuifzanden. Het dier valt meteen op door zijn gele en zwarte tekening, maar nog meer door zijn gedrag: de bijenwolf jaagt namelijk op honingbijen, die hij verlamt met een steek en vervolgens als voedsel meeneemt voor zijn larven.

De volwassen bijenwolf leeft van nectar, maar het vrouwtje graaft diepe nestgangen in losse zandbodems. In die gangen maakt ze meerdere zijvertakkingen, elk bedoeld voor één larve. Ze sleept er zorgvuldig gevangen bijen naartoe, meestal vijf tot zes per broedcel. De larve eet de bijen één voor één op, waarna ze verpopt en het volgende jaar als volwassen wesp uit de grond komt. Dit gedrag maakt de bijenwolf tot een van de meest gespecialiseerde jagers onder de graafwespen.

Opvallend is ook het sociale aspect: hoewel de bijenwolf geen echte kolonie vormt zoals honingbijen, nestelen veel vrouwtjes graag dicht bij elkaar in losse aggregaties. Dat geeft een levendig tafereel van kleine wespen die af en aan vliegen met hun prooi. De soort breidt zich de laatste decennia uit in Vlaanderen, waarschijnlijk door warmere zomers en meer open zandplekken in natuurbeheer.

Hoewel de bijenwolf jaagt op honingbijen, vormt hij geen bedreiging voor bijenpopulaties. Hij maakt deel uit van een natuurlijk evenwicht en speelt een rol in complexe ecologische interacties, waaronder een bijzondere relatie met symbiotische bacteriën die de larven beschermen tegen schimmels.