|
De Zulte Aster tripolium behoort tot de composietenfamilie, d.w.z. wat eruit ziet als één bloem, is in werkelijkheid een bloemhoofdje dat bestaat uit vele bloempjes. Bij de Zulte bestaan een bloemhoofdje uit een schijf van gele buisbloemen omgeven door een krans van bleekpaarse tot lichtblauwe straalbloemen. Er bestaat ook een vorm zonder een krans van straalbloemen.
|
standplaats
Zulte vind je buitendijks verspreid over het ganse schor terug: vanaf het hoge slik tot op de hogere delen van het schor, waarbij deze plant een voorkeur heeft voor een wat nattere en kleiïgere standplaats. De zone waar deze plant het meeste voorkomt is de overgangszone tussen slik en schor.
Zulte heeft weinig concurrentievermogen heeft. Deze plant wordt nogal gemakkelijk verdrongen door andere planten en is ook nogal gevoelig voor intensieve begrazing, bemaaiing, enz... Anderzijds biedende trapgaten van het vee een ideale kiemingsplaats voor deze plant.
|
voortplanting
De Zulte kan zich zowel via zaad als vegetatief voortplanten.
De vrucht is een nootje dat deels door de wind en deels door het water verspreid wordt. De nootjes kunnen tot hoogstens een tweetal weken blijven drijven en ze kiemen van zodra het zoutgehalte van de bodem voldoende verlaagd is door de voorjaarsregens.
Op het hooggelegen schor is de voorplanting via zaad geen probleem,maar op de lagere delen is een voorplanting met zaad een riskante onderneming. De meeste jonge kiemplantjes zouden door de kracht van het water worden losgespoeld.
Op de wortelstokken van de Zulte vormen zich winterknoppen die het volgende seizoen uitgroeien tot rozetten en die op hun beurt tijdens hetzelfde of het volgende seizoen uitgroeien tot nieuwe bloeistengels.Terwijl de nieuwe bloeistengels verder uitgroeien vergaat de oorspronkelijke wortelstok.
|
variaties op een thema
Net als andere zoutplanten zoals Zeeweegbree en Schorrekruid die in een breed spectrum van zoutvegetaties voorkomen , vertoont ook de Zulte een aanzienlijke variatie in bouw. Daarenboven vertoont de Zulte nog een sterke variatie in levenscycli: overblijvend, tweejarig of éénjarig.
Omdat laag in de zonering de voortplanting door zaad zeer moeilijk en riskant is, zullen de Zeeasters zich hier voornamelijk vegetatief voortplanten. Sommige planten hier worden tot 12 jaar oud. Planten hogerop het schor planten zich voornamelijk door middel van zaad verder. Deze planten vertonen een zuivere tweejarige cyclus: het eerste jaar vormen ze een rozet met in het tweede jaar bloei,vruchtzetting en afsterving. Een klein deel van de planten bereikt hier een hoger leeftijd, nl. tot 6 jaar.
Deze variaties zijn deels erfelijk vastgelegd maar ook deels afhankelijk van omgevingsfactoren; bijv. vrijstaande planten vertakken vanaf de voet, planten te midden een hoge vegetatie vertakken enkel bovenaan. Deze kenmerken variëren onafhankelijk van elkaar, en als je dan nog weet dat deze planten vrijelijk met elkaar kruisen, begrijp je dat er veel variaties mogelijk zijn. Wel blijkt dat sommige vormen van Zulte min of meer aan een bepaalde standplaats gebonden zijn; zo ook wat betreft de voorplantingswijze.
|
2 soorten
We zijn allen bekend met het verschijnsel bij de Zeeaster Aster tripolium dat er planten zijn met volledige bloemen - blauwlila straalbloemen met gele buisbloemen - en planten met enkel gele buisbloemen. Daartussen heb je dan ook nog verschillende tussenvormen.
We hebben ze voor u even op een rijtje gezet: in de bovenste rij links de echte zulte, rechts de gele zulte. In de onderste rij een mengvorm. Klik op de foto's voor een duidelijkere foto.
 echte zulte Aster tripolium forma tripolium |
 gele zulte Aster tripolium forma discoideus |
 een mengvorm |
De Gele zulte komt steeds samen voor met de Echte zulte, waarbij je ook altijd overgangsvormen tussen beiden terugvindt.
De Gele zulte vind je vooral terug in een zoutere omgeving, op het lage schor. In een zoutere omgeving neemt de Gele zulte tot 90% van de Zeeasters voor zijn rekening. Volg je de Westerschelde van de monding stroomopwaarts, dan neemt het aandeel Gele zulte stilaan af ten voordele van de Echte zulte.
De Gele zulte werd reeds in de 16e eeuw beschreven, maar deze plant is eigenlijk maar sinds de laatste 100 jaar in opkomst. De eerste planten werden in 1878 in Vlissingen teruggevonden en stilaan hebben zij zich uitgebreid over het ganse Deltagebied.
|
een Babylonische spraakverwarring
Zeeaster kreeg in Zeeland de populaire volksnaam Lamsoor mee; de jonge bladeren van de zeeaster wordt in de winkel verkocht als lamsoren. Maar die mag je niet verwarren met de echte Lamsoor of Zwinneblomme Limonium vulgare.
En om het helemaal moeilijk te maken serveert men in Zeeuws-Vlaanderen Zulte onder de naam Zeespinazie. Maar dat is een ander verhaal waarover je tijdens één van de kalenderwandelingen de hele uitleg kunt horen.
|
Astermonnik
Zeeaster is gastplant voor tal van schorreninsecten. Meest opvallend zijn de rupsen van de astermonnik. Een opvallend grote rups is deze van de astermonnik Cucculia asteris. Deze rups komt vrijwel uitsluitend voor op zulte. De rupsen van deze uilvlinder leven van de bladeren van de zeeaster.
Om je zoektocht nog wat gemakkelijker te maken: astermonniken leggen hun eitjes enkel op zeeasters die op plekken staan die maar zelden worden overstroomd.
Half juli komen de jonge rupsjes uit hun ei. Met hun groene kleur en gele lengtestrepen verdwijnen ze bijna volledig in het niet op de bladeren en de stengel van de zeeaster. De gele lijntekening lijkt volledig op de lengtenerven van het blad en de stengel. De rupsen eten zich in een paar weken hun weg naar boven. Wanneer zij boven aankomen, staat de plant in bloei. Nu beginnen ze bloemen te eten. Op korte tijd gaat de groene lichaamskleur over in een paarse lichaamskleur zodat zij niet opvallen tussen de bloemen.
Onderstaande foto's tonen je links een rups in zijn groene fase en rechts een rups in zijn paarse fase.
 |
 |
| foto's overgenomen uit "Saeftinghe, verdronken land" van Marc Buise en GeorgeSponselee, uitgeverij Duerinck bv te Kloosterzande, geen ISBN |
De uilen behoren tot een zeer grote vlinderfamilie met meer dan 25.000 bekende soorten. Het zijn stevig gebouwde nachtvlinders. De voorvleugels zijn gewoonlijk somber gekleurd, maar de achtervleugels kunnen opvallend gekleurd zijn. In rust worden de vleugels als een dakje gehouden of vlak en elkaar overlappend.
De vlinder van deastermonnik - een nachtvlinder - heeft een grauwgrijze kleur. De overeenkomst met de vorm en de kleur van een monnikspij, gaf deze nachtvlinder de naam astermonnik.
|
Foto-album
|