Voormalig grondgebruik
Een belangrijke secundaire factor van belang voor de huidige differentiatie van de vegetatie op de buitendijkse gebieden is het voormalig grondgebruik.
Dit neemt niet weg dat de getijdenwerking verreweg de belangrijkste ecologische factor is die bij verandering van grondgebruik (bijvoorbeeld het verlaten van landbouwkundig gebruik en "verwildering" van het gebied, waarvan sprake langs de Zeeschelde; Hoffmann 1993) de sporen hiervan in grote mate kan uitwissen (bestaande vegetatie, opgeworpen zomerdijken, gegraven grachten, ...), maar het voormalig grondgebruik zal toch een belangrijke impact hebben op de mate van bodemontwikkeling (aanrijking, humusvorming).
Een groot deel van de huidige Zeescheldeschorren was gedurende de laatste eeuw(en) in gebruik als hooiland, weiland of vloeiweide. Getuigen hiervan kunnen zijn: de aanwezigheid van rechtlijnige patronen van een dicht geulennet, zomerdijken, aanwezigheid van zilte graslanden met Gewoon kweldergras (Puccinellia maritima), Agrostis stolonifera var. compacta subvar. salina en Festuca rubra var. litoralis, percelering.
Onderstaande foto toont je het Galgeschoor in 1904 (Jean Massart). De grasmat bestaat voornamelijk uit gewoon kweldergras Puccinellia maritima. Het kortgeschoren uitzicht doet een zeer intensieve begrazing vermoeden.

Enkele decennia geleden echter werden vele Scheldeschorren verlaten als landbouwgrond (Hoffmann 1993).
In 1980 was het gewone kweldergras al verdrongen door voornamelijk strandkweek, riet kwam er toen nog maar sporadisch voor.

In 2004 heeft het riet bijna het ganse schor ingepalmd. Het is opgerukt tot aan de oeverrand.

![[/BASFlogo/BASFlogo-lichtblauw.gif] [/BASFlogo/BASFlogo-lichtblauw.gif]](http://scheldeschorren.be/cms/uploads/images//BASFlogo/BASFlogo-lichtblauw.gif)