Melkkruid - glaux maritima

Over de Nederlandse naam Melkkruid gaan heel wat verhalen de rond. Wanneer de koeien van deze plant aten verhoogt hun melkproductie; volgens een ander verhaal vermindert juist de melkproductie. Nog een verhaal is dat de naam verwijst naar het feit dat als je een takje afbreekt, er wit melksap vrijkomt.

Recent wist iemand ons te vertellen dat het melkkruid gebruikt werd om melk te stremmen.

Het gewone melkkruid Glaux maritima is een kruidachtige meerjarige plant die gewoonlijk wordt gevonden op zilte kleigrond en grasland. De bloemen - amper 0,5cm in doorsnede - groeien in de bladoksels en zijn in het algemeen lichtroze tot wit.
De bladeren zijn vlezig en voelen vet aan; een verdedigingsmechanisme tegen het zoute water.

Van dichtbij bekeken is melkkruid een heel speciaal plantje. De keurig in vier rijen gegroepeerde donkergroene blaadjes steken fraai af tegen de dieproze bloempjes, die, alleenstaand, in de bladoksels zitten. Met die bloempjes is trouwens iets merkwaardigs aan de hand. Ze hebben niet zoals de meeste andere bloemplanten een kelk en een bloemkroon; de bloem bezit geen kroonbladen. Om dat te zien moet de plant nauwkeurig bekeken worden, want normaal gesproken zijn het juist de kroonblaadjes die een bloem haar kleur geven.

Melkkruid kan goed tegen zout, maar mijdt onverdund zeewater en houdt langer stand in een zoeter milieu.
In een gebied wat van de zilte zee-invloed wordt afgesneden kan melkkruid nog tientallen jaren standhouden, zelfs als alle andere zoutplanten reeds verdwenen zijn. Toch legt ook melkkruid op de lange duur het loodje zonder overspoeling met zeewater.
Deze plant groeit het liefst op open plekken, op klei en op slib- of humusrijk zand en ze is bestand tegen stuivend zand.

Volgens de Heimans, Heinsius en Thijsse is dit plantje vrij algemeen voor schorren en in het kustgebied.

Meer info


Image rotator